Huisbezoek thema

‘eenheid in verwondering’

 

Als thema voor de huisbezoeken is dit jaar gekozen voor: ‘eenheid in verwondering’.

Door ons samen te verwonderen over wie God is en wat Hij doet mogen we een diepe eenheid ervaren. In de Psalmen wordt veel gesproken over Gods grote werken en over verwondering.

Bijvoorbeeld in Psalm 111.  Vers 1. 2: Ik wil de HEER loven met heel mijn hart in de grote kring van oprechten. Machtig zijn de werken van de HEER, wie ze liefheeft, onderzoekt ze. Enkele elementen uit Psalm 111 die de aandacht vragen.

 

-         God loven:

  1. God loven: dit is het doel van ons leven, daarvoor schiep God ons
  2. ik wil: wens om te groeien in lofprijzing en aanbidding
  3. met heel mijn hart: niet oppervlakkig of plichtmatig

 

-         In de kring van oprechten:

  1. niet individualistisch: maar samen met Gods volk (de gemeente als één lichaam, waarin we geestelijke eenheid ervaren)
  2. samen Gods werken onderzoeken om (zo) samen God te loven
  3. grote kring van de oprechten (Gods volk / Gods eeuwig verbond)

 

-         de werken van de HEER:

  1. zijn werken zijn machtig en leiden tot verwondering
  2. Gods werken liefhebben
  3. Gods werken kunnen we zien:
  •  
    • in de schepping (denk aan Psalm 124: Onze hulp is in de naam van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft)
    • in de geschiedenis van zijn volk (de geschiedenis van O.T. en N.T. is onze geschiedenis)
    • in ons eigen leven: God is niet veranderd (Hij is trouw aan zijn verbond)

 

-         Gods werken onderzoeken:

  1. vraagt inspanning: tijd nemen voor lezing en bestudering van de Bijbel
  2. Gods werk in deze wereld en in je eigen leven gelovig opmerken

 

Als gemeente zijn wij één. Eén in Christus.

Dat komt tot uiting in de diensten, onderling meeleven, maar ook in gezamenlijke lofprijzing en verwondering. Zonder verwondering over Gods grote daden is er het gevaar van sleur.

Als verwondering ons niet vervult gaan minder belangrijke dingen (in ons geloofsleven en in het kerkelijk leven) onze aandacht opeisen en ons gedrag bepalen.

 

Vragen die gesteld kunnen worden:

  • Verlang je naar groei in het loven van God (als doel van je leven of zie je een ander doel)?
  • Zijn er in je leven belemmeringen om God te loven met heel je hart? (wat?)
  • Kun je iets met Psalm 77? (in z’n wanhoop vraagt Asaf zich af of God hem verstoten heeft; als hij echter terugdenkt aan de grote daden van de God en zijn werken overweegt en in gedachten houdt, ontvangt hij troost.
  • Is er in je leven verwondering over Gods grote werken? Waarover verwonder je je? Kun je Gods werken concreet aanwijzen in je eigen leven? Zie je wonderen?
  • De dichter spreekt over het ‘liefhebben van Gods werken’. Kun je van jezelf zeggen dat je Gods werken ‘liefhebt’?
  • Kun je deze liefde en verwondering ook delen met je broeders en zusters in de gemeente (wanneer en hoe?). Ervaar je hierin (voldoende) eenheid?
  • Komen we volgens jou (persoonlijk en als gemeente) voldoende toe aan de verwondering en het loven van God? Zo nee, waardoor komt dit? Hoe kunnen we hierin (persoonlijk en als gemeente) groeien?
  • Onderzoeken van Gods werken: is er in je leven sprake van (gezamenlijke) Bijbelstudie?