Kerkdienst live meeluisteren

Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt

Hoe het begon

Het is 1944 en het is oorlog in Nederland. Ondanks de moeilijkheden die zijn ontstaan door de Duitse bezetting zijn in augustus veel mensen op weg naar Den Haag. Er is een vergadering belegd, waarin zal worden gesproken over de kerk. De Gereformeerde Kerken in Nederland worden verscheurd door ruzies. Niet alleen de wereld staat in brand, maar ook de kerk. "Gewone" ruzies hadden wel kunnen wachten tot na de oorlog, maar hier is wat anders aan de hand. De betrouwbaarheid van Gods Verbond en de echtheid van Zijn beloften staan op het spel.
En het gaat ook om de vraag: wie heerst er in de kerk? Jezus Christus met Zijn Woord, of mensen met hun ideeen.

In 1892 worden twee kerken met dezelfde leer een. De afgescheidenen van 1834 gaan samen met de Dolerende kerken van 1886. Als een synode, als een kerkgemeenschap gaat men verder: De Gereformeerde Kerken in Nederland. Ook bij de Vereniging ontstaat er onvrede. Er zijn zelfs groepen die niet mee willen doen en op zichzelf door gaan onder de naam: Christelijke Gereformeerde Kerk.
Een belangrijke oorzaak voor de onvrede is de persoon dr. A. Kuyper met zijn ideeen. Kuyper is een geniaal man, veelzijdig. Hij richt de Vrije Universiteit op, hij is predikant, lid van de Tweede Kamer en hij wordt zelfs minister president.

Kuyper heeft zich met veel zaken binnen de kerk beziggehouden en hij schreef veel. Maar met zijn ideeen over de doop en het Verbond met God was niet iedereen even gelukkig.

Kuyper probeert de mensen de betekenis van de doop te leren, want vaak was er de gedachte dat de doop slechts een gewoonte was.

De doop is het teken van Gods Verbond met de mensen. God sloot een verbond met Abraham. Later beloofde Hij het opnieuw aan Jakob en zo wordt dat iedere keer weer bevestigd als er een kindje gedoopt wordt. De doop is tegelijk een zegel, een echtheidsmerk als het ware.
Kuyper gaat in zijn ideeën over de doop nog verder. Hij was overtuigd van het teken en zegel van de doop, maar hij vroeg zich af wat er nu gebeurde als zo’n kind zich later van God zou afkeren? Kuyper zegt dan dat bij diegenen die in hun leven bij het evangelie blijven en in God blijven vertrouwen de doop echt is geweest, maar dat bij hen die zich van God afkeren de doop onecht is geweest. Alleen onder de echte doop heeft het zegel, de handtekening, van God gestaan.

Na de Vereniging van 1892 gaat binnen de Gereformeerde kerken de strijd tegen deze leer van Kuyper door. In vijf stellingen wordt door professor Lindeboom de bezwaren tegen de leer van Kuyper samengevat. Hier twee belangrijke punten.

  1. De doop is het teken en zegel van Gods beloften. God geeft de garantie, het stempel van echtheid op Zijn beloften. Niet: de doop is de stempel op de echtheid van Gods beloften.
  2. Het Verbond van God is voor alle gelovigen en hun kinderen. En al die kinderen krijgen Gods beloften. Je kunt er van op aan. Ook als een kind sterft, dan veronderstel je niet dat het zalig is. Het is zo!

Maar als iemand op latere leeftijd dat garantiebewijs dan verscheurd? Is dan toch alles schijn geweest? Nee, zulke mensen hebben het Evangelie gehoord, ze kennen Gods beloften. Over hen komt Gods toorn. Verbondsbrekers? Het zal voor hen erger worden dan voor de heidenen. Wat de Bijbel hier zegt, daar kun je van schrikken. Daar kun je ook niet altijd bij met je verstand. Maar daar moet je wel naar luisteren.

Hoe men omging met de leer van Kuyper

In 1920 sterft Kuyper. Zijn ideeen zijn niet ingesteld als de officiele kerkleer, maar ze komen wel iedere keer boven. In stukjes in de krant, en in series boeken over allerlei onderwerpen. Niet alleen over Verbond en doop, ook over kunst, politiek en de maatschappij. De kerk is in de tijd goed georganiseerd met organisaties en politieke partijen. Iedereen weet waar hij aan toe is en anders, lees je het maar na bij Kuyper.

In de jaren na Kuyper ontstaan er twee kampen binnen de Gereformeerde Kerken. Mensen die alles in Kuyper zien en mensen die bij zijn leer ook hun vraagtekens hebben. Maar de voorstanders van Kuyper maken slechts een keuzen uit wat Kuyper allemaal heeft gezegd. Enkele zaken uit Kuypers leer gaan een grote rol spelen. Juist de denkstukken, die de verkeerde kant opgaan, zoals de leer over de doop.
Juist de aanhangers van Kuyper hebben veel te zeggen binnen de kerk, in de kerkraden, op de synodes en in allerlei organisaties.

Er wordt te weinig in de Bijbel gestudeerd en te makkelijk naar de geschriften van Kuyper gegrepen. Mensen blijven niet dicht bij de bron waarin God verteld wie Hij is. Ze willen de ruimte en geen oude belijdenisgeschriften meer.

Ook in de regering van de kerk ging het mis. In 1926 wordt door de synode van Assen een dominee afgezet die de eerste hoofdstukken van de Bijbel in twijfel trekt. Ze zijn wel door God geschreven, maar niet echt gebeurd en dienen slechts als beeldspraak. De reden waarom deze dominee werd afgezet was natuurlijk goed, maar toch zijn er een aantal mensen die protest aantekenen. Onder hen is professor S. Greijdanus.

Onenigheid

Prof. Greijdanus is een nauwkeurig man met grote kennis en inzicht. Hij is professor aan de theologische universiteit in Kampen. Hij is het niet eens met de afgezette dominee, nee, zeker niet. Het gaat om de manier waarop het allemaal gebeurde. De tucht, in dit geval het zuiver houden van de leer, moet op een goede manier, volgens de schriftuurlijke kerkorde worden uitgevoerd. Anders verzeil je in machtsstreven en willekeur.
Als het nodig is moet een kerkenraad tucht uitoefenen. De kerkenraad let op haar leden. Dat kan niemand anders doen. Nu werd een dominee door de synode afgezet en dat is niet de bedoeling. Als de synode tucht gaat uitoefenen, gaat schorsen, dan gaat ze haar bevoegdheden ver te buiten. Dat is hiërarchie, regering van bovenaf.
Binnen de Gereformeerde kerk werd er niets met de protesten gedaan. En toch had Greijdanus gelijk.

In 1914 wordt Klaas Schilder dominee. Hij is een dominee die maar een ding wil zijn: dienaar van het Goddelijke Woord. Hij volgt niet zomaar de gedachten van Kuyper. Nee, hij bestudeert de Bijbel. Vooral de zaak van de afgezette dominee zet hem daartoe. Hij ziet wat echt belangrijk is: de Kerk van aller tijden, op weg naar het nieuwe Jeruzalem, naar Haar Heer en Heiland. En dat zou het geloven en denken en leven van de mensen moeten beheersen.

Schilder wordt een belangrijk persoon, schrijft veel stukken en wordt veel gevraagd voor lezingen. In 1933 wordt Schilder hoogleraar in Kampen. Op allerlei manieren is hij bezig met de kerk. Hij wordt hoofdredacteur van het blad "De Reformatie" en schrijft veel stukken en commentaren. Hij waarschuwt als een van de eerste voor het satanistische karakter van de Nazi-leer in Duitsland.

Schilder is een groot kenner van Kuyper en zijn ideeen. Hij weet de goede dingen te waarderen. Maar bij alles stelt hij zich de vraag: Wat zegt de Bijbel ervan? Met die handelwijze stuit hij de voorstanders van Kuyper tegen de borst. In jaren 20 en 30 komen er meer mensen die, net als Schilder, het denken en geloven willen re-formeren. Een man die Schilders werk ondersteund is de eerder genoemde prof. Greijdanus.

De aanhangers van Kuyper zien hierin een bedreiging. Er ontstaat als eerste op papier, in de bladen, een strijd tussen de verschillende standpunten. De onenigheid wordt steeds grimmiger. Op de synode in 1936 wordt over Schilder zelfs gezegd: "... een nieuw geslacht, dat een vloek zal blijken te zijn voor onze kerken." "Een beweging die de kerk vergiftigd."

Op diezelfde synode worden uitspraken gedaan om de gebruikelijke (lees: de ideeen van Kuyper) meningen veilig te stellen. De synode ging hier weer buiten haar boekje. Geen kerkenraad had hierom gevraagd. De synode werd een soort 'oppervergadering'. In de synodes die volgen worden meer uitspraken vastgelegd om o.a. de leer van Kuyper over de doop veilig te stellen. En de synode gaat zo ver dat het de kerken dwingt zich aan deze uitspraken te binden.

De Vrijmaking van 1944

In 1940 zit Schilder in de gevangenis. Hij is opgepakt door de Duitsers en het blad 'De Reformatie' is het eerste blad dat door de Duitsers wordt verboden. Schilder is namelijk met zijn leer tegen de Nazi's gewoon doorgegaan. Eind 1940 komt hij weer vrij, maar hij krijgt een schrijfverbod. In de jaren daarna moet hij meerdere malen onderduiken.

In 1943 wordt er verdergegaan met de leeruitspraken. De synode neemt nog een tweetal maatregelen die verregaande gevolgen zullen hebben. Iedereen die predikant wil worden moet bij zijn examen beloven dat hij zich aan de leeruitspraken van de synode zal houden. Ook worden de predikanten opgelegd niets anders te leren over doop en verbond dan wat in de leeruitspraken van de synode staat. Alle bezwaarschriften van de kerkraden (ook een van Schilder) worden aan de kant gelegd. De leeruitspraken zijn niet naar de Schrift en ze worden opgelegd door een soort opperbestuur.

Op verschillende manieren worden er protesten tegen deze twee bindingen naar voren gebracht. Kandidaat dominees die weigeren de leeruitspraken te ondertekenen. Predikanten die bezwaarschriften indienen bij hun kerkenraden tegen de beslissingen van de synode. Omdat dat de juiste weg is die bewandeld moet worden. Dit allemaal gaat tegen de vastberaden richting van de synode in. Schilder is een oproerling, hij verscheurt willens en wetens de kerk.
In maart 1944 wordt Schilder door de synode geschorst als hoogleraar van de universiteit in Kampen en in augustus wordt ook Greijdanus geschorst.

Hoe zit dat nu precies met de synode. De gereformeerde kerkorde schrijft voor dat eens in de drie jaar een synode wordt gehouden. Die synode mag alleen behandelen wat de kerken opdragen. Maar.... als de synode dan een besluit neemt, moet de kerk zich eraan houden. Dat zijn ze verplicht volgens de kerkorde.
De synode doet dus niet wat de kerken vragen. Maar moet Schilder daarom zo’n ruzie maken? Maar er is meer. In de kerkorde staat ook dat dat wat de synode besluit uitgevoerd moet worden, tenzij het is strijd is met het Woord van God. Dit is wat Schilder het meest aan het hart gaat. De waarde en autoriteit van het Woord van God.

Dan is er op 11 augustus 1944 die vergadering. Die vergadering waar veel mensen naar toe gaan ondanks dat het oorlog is. Schilder is in die tijd ondergedoken, maar toch verschijnt hij op de preekstoel. De mensen zijn daar niet voor Schilder gekomen, maar ze zijn daar voor de kerk. Ze willen opkomen voor het betrouwbare Woord van God, en voor de heerschappij van Jezus Christus.
Schilder heeft de Acte van Vrijmaking of Wederkeer geschreven en leest die voor. We maken ons vrij, niet van de kerk, maar van de totaal verkeerde synode handelingen. We gaan niet uit de kerk, nee, we maken ons vrij van de synodebesluiten en keren weer terug naar de ware leer van het Evangelie. Reformatie! Bekering!
Schilder en vele anderen met hem werden op deze weg geleid, zonder dat ze het als een keurig plan hadden uitgestippeld. De Here leidt Zijn kerk, ook in 1944.
Ook Greijdanus spreekt en voorziet dat de weg van de vrijmaking geen gemakkelijke weg zal worden.

Midden in de oorlog begint de synode haar eigen oorlog. Een paar dagen na de vrijmakingsvergadering is het al raak. Kerken worden afgevoerd van de lijst met plaatselijke kerken als ze zich niet aansluiten bij de synode, kerkraden worden afgezet en predikanten geschorst.

Een nieuwe start

Na de oorlog was het een moeilijke start. Families waren uiteengevallen door de keuzes die men had moeten maken in de kerk, er waren geen kerkgebouwen voor de vrijgemaakten. Schilder zegt over de kerk: wie zich niet vrijmaakt, gaat een andere weg. Wij blijven de Gereformeerde Kerken in Nederland. Het was: vrijmaking of wederkeer. Een terugkeer naar zoals het hoort. Om verwarring te voorkomen wordt er een extra aanduiding aan de naam toegevoegd. Zo ontstaan de Gereformeerde Kerken synodaal en Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.
De Theologische Hogeschool wordt voortgezet in Kampen aan de Broederweg.

Het was een moeilijk leven dus, na de vrijmaking. Families waren uiteengescheurd en er werd minachtend op de andere groep neergekeken. Ook ging men de vrijmaking als iets tijdelijks zien. Er moest weer herenigd worden. Maar dat kon alleen als de leeruitspraken en de onrechtmatige afzettingen teniet gedaan werden. En dat gebeurde niet.

Er zijn ook blijde dingen te melden. Het belangrijkste is dat de mensen weer het zuivere Woord van God horen. Dat is alle moeite wel waard. Men wil in alle dingen de Bijbel weer a ls richtingwijzer. Dat betekent: luisteren naar de preek, studeren, lezen.
Prof. Schilder kan in zijn schrijven in De Reformatie zijn hart ophalen. Naast het strijden is er nu ook het bouwen.

Uit:

De Vrijmaking van 1994, voorgeschiedenis, verloop en gevolgen.

 

J. Van der Steeg

 

Uitgeverij de Vuurbaak bv, Groningen, 1984

 

ISBN 90 6015 617 X