Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan volwassenen

Inhoudsopgave

  1.        Aanhef
  2.        Leer over de doop
  3.        Voorwaarden voor de volwassendoop
  4.        Gebed voor de doop
  5.        Doopgelofte
  6.        Bediening van de doop
  7.        Dankgebed

Aanhef

(Zij die in hun jeugd niet gedoopt zijn en op latere leeftijd te kennen geven de christelijke doop te willen ontvangen, dienen vooraf onderwezen te worden in de christelijke leer.
Na voor de kerkenraad of zijn afgevaardigden deze leer beleden te hebben, zullen zij tot de doop toegelaten worden. Bij de bediening daarvan zal het volgende formulier gebruikt worden.)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,
 

Leer over de doop

De leer over de doop is als volgt samen te vatten:

Ten eerste: wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden1.
Dit leert ons de onderdompeling in en de besprenkeling met het water. Daardoor wordt ons de onreinheid van onze ziel voor ogen gesteld. Dit moet ons ertoe brengen, dat wij een afkeer krijgen van onszelf, ons voor God verootmoedigen en onze reiniging en ons behoud buiten onszelf zoeken2.

Ten tweede: de doop bevestigt en verzegelt ons de afwassing van onze zonden door Jezus Chrístus3. Wij worden immers volgens het bevel van Christus gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest4.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit5. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede6.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden7.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken8. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen temidden van de gemeente der uitverkorenen9.

Ten derde: omdat elk verbond twee delen heeft10, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten11. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven12.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen13. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben14.

1 Ps. 51:7; Joh. 3:3; Eze. 36:25-27; 1Kor. 6:11. 2 Hand. 4:12. 3 Hand. 22:16. 4 Mat. 28:19. 5 Gen. 17:7; Rom. 8:15-17. 6 Rom. 8:28. 7 Hand. 2:38; 1Joh. 1:7; Rom. 6:4; Kol. 2:12. 8 1Kor. 6:19; Ef. 1:13. 9 Ef. 5:27. 10 Gen. 17:1, 2. 11 Mat. 22:37. 12 Kol. 3:5-10; Ps. 103:17. 13 1Joh. 1:9; Rom. 6:1, 2. 14 Jes. 54:10.

Voorwaarden voor de volwassendoop

Nu worden de kinderen van christenen krachtens het verbond gedoopt, zonder dat zij er iets van begrijpen. Maar volwassenen mogen pas gedoopt worden, wanneer zij met berouw en bekering hun zonden erkend en hun geloof in Christus beleden hebben1.
Want Johannes de Doper heeft, toen hij naar Gods gebod de doop der bekering tot vergeving van zonden predikte, alleen hen gedoopt die hun zonden beleden2. En onze Here Jezus Christus zelf heeft zijn apostelen bevolen, alle volken tot zijn discipelen te maken en hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest3.
Christus heeft daaraan de belofte toegevoegd, dat wie gelooft en zich laat dopen, behouden zal worden. Volgens deze regel hebben dan ook de apostelen geen andere volwassenen gedoopt dan die met berouw en bekering hun geloof beleden4. Daarom mag men ook nu geen volwassenen dopen dan die de rijke inhoud van de doop uit de prediking van het evangelie hebben leren verstaan en van hun geloof rekenschap afleggen door persoonlijke belijdenis5.

1 Hand. 2:38; Mar. 16:16. 2 Mar. 1:4, 5. 3 Mat. 28:19. 4 Hand. 2:41; 16:14, 15, 31-34. 5 Rom. 10:9, 10.

Gebed voor de doop

Laten wij nu Gods heilige naam aanroepen, om zo tot zijn eer, tot versterking van ons geloof en tot opbouw van de gemeente dit sacrament te bedienen.

Almachtige en eeuwige God, U bent het die naar uw rechtvaardig oordeel de ongelovige en onbekeerlijke wereld met de zondvloed gestraft hebt. Maar de gelovige Noach en de zijnen, slechts acht zielen, hebt U in uw grote barmhartigheid gered en bewaard. U bent het die de hardnekkige Farao met al zijn volk in de Rode Zee deed verdrinken. Maar uw volk Israël hebt U daar droogvoets door geleid, waardoor U toen reeds de doop hebt aangeduid. Pleitend op uw grondeloze barmhartigheid, bidden wij U of U hem die de doop zal ontvangen, in genade wilt aanzien en hem door uw Heilige Geest in uw Zoon Jezus Christus wilt inlijven. Laat hem door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat hij iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat hem zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten. Geef dat hij op de jongste dag voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon, met vrijmoedigheid zal verschijnen, door Hem, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
 


Doopgelofte

Geliefde broeder,

U wenst de doop te ontvangen als een zegel van uw inlijving in Gods kerk. Duidelijk moet blijken, dat u de christelijke leer, waarin u door de kerk bent onderwezen, niet alleen aanneemt, maar daarnaar ook door Gods genade wilt leven. Daarom behoort u voor God en zijn gemeente op de volgende vragen oprecht te antwoorden:

Ten eerste:

Gelooft u in de enige ware God, onderscheiden in drie Personen, Vader, Zoon en Heilige Geest, die hemel en aarde met al wat erin is uit niets geschapen heeft, nog in stand houdt en zo regeert, dat er niets gebeurt zonder zijn goddelijke wil?1

Ten tweede:

Gelooft u, dat u in zonde ontvangen en geboren bent en dat daarom Gods toorn rust op u, die van nature helemaal onbekwaam bent tot iets goeds en uit bent op elk kwaad?2 En belijdt u, dat u met gedachten, woorden en daden de geboden van de Here dikwijls hebt overtreden en dat u over deze zonden oprecht berouw hebt?

Ten derde:

Gelooft u, dat Jezus Christus echt en eeuwig God is en blijft, en echt mens is geworden door zijn geboorte uit de maagd Maria?3 En gelooft u, dat deze Christus u door God tot Verlosser geschonken is? Belijdt u, dat u door dit geloof vergeving van zonden in zijn bloed ontvangt en dat u door de kracht van de Heilige Geest een lid van Jezus Christus en van zijn kerk geworden bent?4

Ten vierde:

Belijdt u, dat het Woord van God, zoals dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de waarheid is?5 Zult u in leven en sterven bij de belijdenis van deze leer blijven en alle ketterijen, die met deze leer in strijd zijn, verwerpen?6 Belooft u in gemeenschap met de gemeente trouw het gepredikte Woord te horen en het heilig avondmaal te gebruiken?

Ten vijfde:

Verklaart u, dat u van harte begeert altijd godvrezend te leven en te breken met de wereldse begeerten, zoals het leden van Christus en van zijn gemeente past?7 Zult u zich gewillig onderwerpen aan alle christelijke vermaningen?8

Wat is hierop uw antwoord?

(Antwoord:) Ja.

Onze barmhartige God schenke u zijn genade en zegen tot het volbrengen van dit heilig voornemen, door onze Here Jezus Christus. Amen.

1 Mat. 3:16, 17; Gen. 1:1; Heb. 11:3; Mat. 10:29. 2 Ps. 51:7; Rom. 7:18. 3 Rom. 9:5; Heb. 2:14; Luc. 1:35. 4 1Kor. 1:8, 9. 5 2Tim. 3:16. 6 Mat. 24:13; 2Tim. 4:3-5; Heb. 10:24, 25. 7 Ps. 119:10; 1Joh. 2:15-17. 8 Heb. 13:17.


Bediening van de doop

(De voorganger noemt de volledige naam van de dopeling en spreekt:)

Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest1.

1 Mat. 28:19.

Dankgebed

Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat U ons en onze kinderen door het bloed van uw geliefde Zoon Jezus Christus al onze zonden vergeven hebt en ons door uw Heilige Geest tot leden van uw eniggeboren Zoon en zo tot uw kinderen hebt aangenomen. Wij danken U, dat U ons dit met de doop verzegelt en bekrachtigt.
Wij bidden U ook door Hem, uw geliefde Zoon, dat U deze broeder door uw Heilige Geest voortdurend wilt regeren, zodat hij christelijk en godvrezend zal leven en in de Here Jezus Christus zal groeien en toenemen. Geef dat hij zo uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die U aan hem en aan ons allen bewezen hebt, zal erkennen en belijden. Geef dat hij gehoorzaam onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus zal leven, en krachtig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk zal strijden, en overwinnen. Dat zal hij U en uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, de enige ware God, eeuwig loven en prijzen. Amen.